Spelregels per niveau
Spelregels mini niveau 123
De veldafmeting bij mini niveau 4 is 6 x 4,5 meter. De nethoogte is 2.00 meter.
De spelregels verschillen per niveau (1, 2 of 3), waarin men speelt. De precieze spelregels kun je hier nalezen.
Spelregels mini niveau 4
De veldafmeting bij mini niveau 4 is 6 x 4,5 meter. De nethoogte is 2.00 meter. De telling vindt plaats met behulp van rally point systeem (elke fout levert een punt op voor de tegenstander).
- Het team is verplicht de bal in drie keer te spelen.
- Het eerste en het derde balcontact mogen met zowel de onderarmse als de bovenhandse volleybaltechniek gespeeld worden (niet vangen).
- Het tweede balcontact vindt altijd plaats met een verplichte ononderbroken vanggooi- of vangstootbeweging. Deze kan op vier manieren uitgevoerd worden:
- met gestrekte armen onderarms vangen en voorwaarts gooien
- met gestrekte armen onderarms vangen en achterwaarts over het hoofd gooien
- met gestrekte armen onderarms vangen en vanuit een hoek gooien.
- met gestrekte armen boven het hoofd vangen, inveren en uitstoten
- Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler zich niet omdraaien.
- Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler niet lopen met de bal (maximaal twee passen zijn toegestaan).
- Tijdens de vanggooi- of vangstootbeweging mag de speler de bal maximaal 2 seconden vasthouden (één sec. om te vangen en één sec. om te gooien). Dit om meer snelheid in het spel te houden en om de beweging vloeiend te houden.
- De tweede bal mag niet over het net gegooid worden
- De opslag wordt verplicht onderhands uitgevoer
- Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler, moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.
- De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de opslagplaats.
- Er wordt niet meer doorgedraaid door het team dat de bal over het net speelde.
- De aanval maakt nog geen structureel onderdeel uit van het spel, smashen of pushen is dus niet toegestaan, enkel ‘reddingen’ met één hand zijn toegestaan.
- Lijn en netfouten worden afgefloten.
- Blokkeren is niet toegestaan.
Spelregels mini niveau 5
De veldafmeting bij mini niveau 5 is 6 x 6 meter. De nethoogte is 2.00 meter. Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander. Om het 3 keer spelen te stimuleren kunnen er bonuspunten verdiend worden. In het geval dat er een dubbelfout gegeven wordt, dient de gehele rally overgespeeld te worden en vervallen ook de al gehaalde bonuspunten in deze rally.
- Er mag geen enkele bal gevonden worden. De spelers spelen elke bal, met kort balcontact, door.
- Het team mag de bal maximaal drie keer spelen, daarna moet de bal over het net naar de tegenstander gespeeld worden.
- Het team dat de bal drie keer weet over te spelen krijgt een bonuspunt. Dit bonuspunt wordt direct bij de score opgeteld. Het bonuspunt telt alleen wanneer de derde bal over het net en in het veld van de tegenstander wordt gespeeld of wanneer de derde bal via de handen van de tegenstander wordt gescoord. (Bij bijvoorbeeld een score door drie keer over te spelen krijgt het team dus 2 punten: 1 punt voor het drie keer spelen en 1 punt omdat ze gescoord hebben. Er kunnen dus meerdere punten per rally gehaald worden!)
- De opslag wordt verplicht onderhands uitgevoerd.
- Na drie opslagbeurten achter elkaar door dezelfde speler, moet de ploeg aan opslag een plaats doordraaien en slaat de volgende speler op.
- Indien een team uit meer dan 4 spelers bestaat dan moet er verplicht ingedraaid worden.
- De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de opslagplaats
- Een slag op tipbal (in sprong) wordt niet als fout aangemerkt
- Hoewel blokkeren zelden voorkomt is het wel toegestaan
- Lijn en netfouten worden afgefloten conform de op dat moment geldende spelregels.
Spelregels mini niveau 6
De veldafmeting bij mini niveau 5 is 6 x 6 meter. De nethoogte is 2.00 meter. Rallypoint: elke fout levert een punt op voor de tegenstander.
- Er mag geen enkele bal gevonden worden. De spelers spelen elke bal, met kort balcontact, door.
- Het team mag de bal maximaal drie keer spelen, daarna moet de bal over het net naar de tegenstander gespeeld worden.
- De opslag wordt onderhands of bovenhands uitgevoerd.
- Een sprongservice is toegestaan.
- Indien een team uit meer dan 4 spelers bestaat dan moet er verplicht ingedraaid worden.
- De wisselspelers moeten verplicht indraaien op de opslagplaats.
- Een slag op tipbal (in sprong) wordt niet als fout aangemerkt.
- Hoewel blokkeren zelden voorkomt is het wel toegestaan.
- Lijn en netfouten worden afgefloten conform de op dat moment geldende spelregels.
|